De geschiedenis van Fa. J. Dignum & Zn. in een notendop begint ook echt met een spreekwoordelijke notendop. Want mijn overgroot opa Helenius Dignum legde ergens begin 1900 met een klein beetje tulpenbollen de basis van de huidige kwekerij. Toch was dit al een grote stap. De mensen waren toentertijd arm, leefden van de groenten- en veeteelt en bollenplantgoed was relatief duur. De liefde voor het bolgewas gaf de doorslag voor de aankoop.


Mijn opa Johannes Dignum heeft de teelt van zijn vader overgenomen en iets grootschaliger aangepakt. De boerderij werd verbouwd voor de opslag en bewaring van het plantgoed. De hoofdtak van het bedrijf bleef nog steeds de groententeelt. De groentes werden geteeld op het ‘stort’ naast het Noordhollandsch kanaal en met de boot ‘de zeven gebroeders’ naar de langedijker veiling vervoerd. Deze kanaalkant was zware grond en daarvoor super geschikt voor de groentes, maar minder voor de bollenteelt. Daarom werden in opa’s tijd de eerste 2 percelen zandgrond aangekocht. Deze waterdoorlatende gronden waren wèl erg geschikt voor de bollenteelt en tegenwoordig nog steeds in gebruik op het bedrijf. In 1936 ging opa trouwen en moest het bedrijf ingeschreven worden bij de kamer van koophandel. Hoewel we dus al langer bollen kweekten wordt opa en oma’s trouwdatum als officiële begin van Fa. J. Dignum & Zn. geregistreerd. In opa’s tijd zijn ook de laatste koeien weggeraakt.


De volgende generatie stond al weer te trappelen: Jan en Leo Dignum vormden samen de gebroeders J & L Dignum welke samen met opa later opgingen als Fa. J. Dignum & Zn. De groententeelt werd nog lange tijd volgehouden in de vorm van teelt van waspeen, maar bloembollen in de meest brede zin van het woord zorgden voor het inkomen. Zo werden er naast de tulpenbollen ook narcissen, krokussen en later ook lelies geteeld. Gepionierd werd er ook in de teelt van muscari’s, hispanica’s, zantedeschia’s en eucomis.


Na het afronden van de opleiding Nederlandse tuinbouw met als specialisatie bloembollenteelt en snijbloementeelt aan de agrarische hogeschool in Den Bosch kwam ik in 1993 in het bedrijf. Eerst in de maatschap met mijn ouders en oom en tante en na enige jaren samen met Caroline. De bijteelten verdwenen steeds meer en de nadruk kwam ook door de groeiende tulpenbroeierij tak steeds meer op de tulpenteelt te liggen. Door de veranderende marktomstandigheden kwam de nadruk steeds meer te liggen op samenwerkingsverbanden met andere bedrijven. Zo werd er binnen Fancy Flowers een veredelingsproject opgestart en is de (mede door ons opgerichte) kwekersvereniging Spring Colours in het bollen vak een schoolvoorbeeld van een succesvolle samenwerking.
Wat de toekomst gaat brengen weten we nog niet. Dit bedrijf heeft zeker de passie en potentie om nog lange tijd een plek te claimen in het bloembollen vak. Mijn vader doet nog alle dagen vol overgave mee op het bedrijf. Onze medewerkers vormen een divers maar gezellig team met groene vingers. Of de volgende generatie ook geroepen is voor het bloembollen vak is nog onzeker: Onze twee dochters menen dat ze ook gelukkig kunnen worden zonder bloembollen in hun leven. Passie voor het vak hebben ze zeker wel. Dat alles maakt dat meedraaien in dit familiebedrijf zeker voor de komende jaren nog volop vreugde en voldoening zal geven.
~ Ronald Dignum




Foto: Jos Dekker
